Frans halsema

De watergeuzen

Frans halsema
Ons land zuchtte onder 't Spaanse regime
't Regende protesten en kritieken
Een groep Protestanten kwam op, unaniem
Tegen de macht der Katholieken
Zij smeekten in Brussel de landvoogdes
Haar hand over 't hart te willen strijken
Margretha van Parma, een Spaanse prinses
Zat angstig naar 't comite te kijken
Maar haar raadsheer stond te fluist'ren
Want die was 't nu wel beu
"Non, madam, niet naar ze luist'ren
't Is gewoon een troepje ordinaire geu"
Dit laatste woord was Frans en betekent: bedelaars
De Nederlanders kozen het tot leuze
Zij kregen bij hun landvoogdes geen schijntje van een
kans
En noemden zich van nu af aan 'De Geuzen'

De strijd om de vrijheid begon nu pas goed
Want Spanje liet 't niet alleen bij dreigen
De Hertog van Alva hanteerde de knoet
Hij zou die Hollanders wel krijgen
De Hertog, z'n naam is voor altijd berucht
Begon prompt een bloedige campagne
Verscheidene bestuurders verkozen de vlucht
En een van hem was Willem van Oranje
Alva maakte korte metten
Iedereen, die zich toevallig
Maar waagde te verzetten
Werd onmiddellijk verwezen naar de galg
Maar ergens op de zee bleef een kleine groep gespaard
De Geuzen, wachtend op 't uur der wrake
Ze stonden reeds te popelen om te vuur en te zwaard
Een einde aan de tirannie te maken

Nu waren de Geuzen ook niet voor de poes
Zij gingen zich te buiten aan geplunder
En menige boer, van Den Helder tot Goes
Vloekte ze stijf van hier tot gunder
Doch, dagelijks kwamen er manschappen bij
Die Willem van Oranje wilden dienen
Hun vlootadmiraal werd een zekere Lumei
Die zorgde voor de tucht en discipline
En zo voeren dan hun schepen
Voor de haven van Den Briel
Vele burgers, die 'm knepen
Zochten haastig ergens anders hun asiel
Maar een veerman op de Maas, ene Jan P. Koppelstok
Voer kalmpjes met z'n schuit langs de rebellen
"Wij eisen", riep die, "voor onze vloot een veilig dok
Ga dat maar aan je stadsbestuur vertellen"

't Bestuur kwam terstond in vergadering bijeen
Maar durfde hun geen toegang te verschaffen
Op hulp aan de Geuzen, dat wist iedereen
Stonden de vreselijkste straffen
Toen zetten de Geuzen een sloep overboord
En schreeuwden, toen ze aangekomen waren
"In naam van Oranje doe open de poort"
"Doe 't zelf maar", zeiden de Brielenaren
Hierop hulden zich de Geuzen
Listig in een rookgordijn
En rameiden met een reuze dikke mast de poorten kort
en klein
Zo werd de stad bezet, maar 't duurde niet lang
Of de Spanjaard zond soldaten en kanonnen
Wier aantal dat der Geuzen vele malen overtrof
Heer Alva gaf zich niet zo gauw gewonnen

De sluiswachter kwam op een schitterend idee
Dat werd dan ook onmiddellijk aangenomen
't Water staat hoog, dus we laten de zee
't Kamp der Spanjolen overstromen
Hij zwom naar de sluis met een bijl in z'n hand
En hakte een gat, zodat 't water
De Spanjaard verjoeg uit 't polderland
Den Briel was weer vrij, maar de vrede niet nabij
Die kwam pas bijna tachtig jaren later

Encontrou algum erro na letra? Por favor envie uma correção clicando aqui!