Frans halsema

Sprookje

Frans halsema
Er was eens, er was eens een tijd, jongen, heel lang
geleden
Toen werd eens per jaar heel de wereld nog wit en nog
koud
Die tijd heette winter, dan waren de sloten bevroren
En over die spiegels daar strooide de zon dan zijn
goud
Dan haalde je vader op zolder zijn schaatsen
tevoorschijn
Twee ijzers waarop je kon glijden, heel ver en heel
lang
Dan had je een muts met een pluim op, een das om je
oren
Dan zag je de kleur van een appel op iedere wang
Er was eens, er was eens een tijd, als het eventjes
wilde
Dan viel er een vracht witte vlokken gewoon maar
vanzelf
Die noemden ze sneeuw en die bleef soms wel wekenlang
liggen
Daar maakte je vader een pop van zo groot als hijzelf
Hij kreeg een gezicht en een hoed en zo stond ie te
pronken
Zo lang als die winter, zo lang als die kou er nog was
En dan kwam de zon weer en smolt 'ie en kijk, op een
morgen,
Dan lagen er enkel nog twee zwarte kolen in 't gras
Er was eens, er was eens, er was eens, er was eens, er
was
Encontrou algum erro na letra? Por favor envie uma correção clicando aqui!