Jasperina de jong

De pruimenboom

Jasperina de jong
Jantje zag 'ns pruimen hangen
O! Als eieren zoo groot
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken
Schoon zijn vader 't hem verbood
Schoon zijn vader 't hem verbood

"Hier is", zei hij, "noch mijn vader
Noch de tuinman, die het ziet
Aan een boom, zoo vol geladen
Mist men twee, drie pruimen niet
Aan een boom, zoo vol geladen
Mist men vijf, zes pruimen niet"

"Maar ik wil gehoorzaam wezen
En niet plukken: ik loop heen
Zou ik om een handvol pruimen
Ongehoorzaam wezen?
Nee-je, nee-je, nee-je, nee-je, nee-je, neen!"

Voort ging Jantje
Voort ging Jantje
Voort ging Jantje
Voort ging Jantje

Maar zijn vader
Die hem stil beluisterd had
Kwam hem in het loopen tegen
Vooraan op het middenpad

"Kom, mijn Jantje", zei de vader
"Kom, mijn kleine hartedief
Nu zal ik u pruimen plukken
Nu heeft vader Jantje (ha, ha, ha, ha) lief"

Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op!
Jantje kreeg z'n hoed vol pruimen
En liep heen, en liep weer
En liep heen, en liep heen
En liep heen, en liep heen
En liep heen, en liep heen
En liep heen, en liep heen
Op een galop, op een galop
Op een galop, op een galop
Op een galop, op een galop
Op een galop

Encontrou algum erro na letra? Por favor envie uma correção clicando aqui!