Miek en roel

Vreemde vogels

Miek en roel
Zoals we zitten weggekropen, tussen lakens en
kussenslopen op ons bed
Zoals we door de straten lopen en de wonderlijkste
kleren kopen, zijn we net
Twee vreemde vogels

Jij met je goudblonde haren, je kanariegele vest
Kijk de mensen staan te staren, die zijn anders dan de
rest
Twee vreemde vogels

Maar de lucht is vrij, de zon voor mij
Want in een huis van steen, ga ik niet wonen
Vogels ...

Zoals we slenteren langs de wegen, met onze veren door
de regen, natgespet
Zoals we vrolijk fluiten tegen, alle mensen die geen
snavel kregen, zijn we net
Twee vreemde vogels

Jij met je fladderende handen,en je afghaanse vest
Kijk de mensen spreken schande, die twee komen uit hun
nest
Van vreemde vogels

Maar de lucht is blauw, de zon voor jou
Want in een huis van steen, ga je niet wonen
Vogels ...

Inderdaad zijn wij fantomen, eindelijk samen uit ons
nest gekomen, pas zonet
Waarna we uit de beddeveren in onze bonte
papegaaiekleren, zijn opgezet
Als vreemde vogels

De politie vindt het raar, want jij zit daar als een
mus
Zo alleen op het trottoir, want ze denken slechts
aldus
Ach ... vreemde vogels

Maar de zon blijft brons en houdt voor ons
Want in een huis van steen, gaan we niet wonen
Vogels ...
Vogels ...

Encontrou algum erro na letra? Por favor envie uma correção clicando aqui!